25 mei 2007

Makelaar


Daar stonden we in het grote huis, dat twee keer zo groot was als de onze. De makelaar had al twee keer de afspraak afgezegd. Later begreep ik waarom.

De makelaar stond midden in de grote woonkamer en keek minachtend. De eigenaar van het huis zou naar Thailand verhuizen, zei hij. 'Hij denkt dat hij daar iets op kan bouwen.' Wanneer ze weggaan, wist hij niet. 'Dat kan wel een halfjaar duren. Ze nemen de tijd.'

De vraagprijs was veel te hoog vonden we. Alles was oud en Oostblokkerig. Op de vloer van de badkamer lag dun plastic, grijs zeil. Aan de wand hing waterdicht behang. Hoogpolig, muf vloerkleed overal, en oubolligge bruine tegels in de woonkamer.

Nee, dit was onze droomwoning niet. De makelaar gaf aan dat prijs wel lager kon, maar dat de eigenaar per se hoog wilde beginnen - de woning stond pas in de verkoop. Hij keek er mistroostig bij.

Ik moest denken aan Freakonomics, het boek van Steven Levitt en Stephen Dubner. Makelaars zijn de McDonald's van de huizenwereld. Hun handel moet vooral fast verkocht worden, daar verdienen ze het meest aan. De prijs maakt niet zo veel uit.

Waarom mensen een makelaar nemen? Goede vraag.

21 mei 2007

Vechtpartij vanwege ontslag


Dat oud-collega's niet altijd leuke herinneringen overhouden aan hun baas, merkte ik een paar jaar geleden tijdens een rechtszaak in Den Haag, waar ik destijds rechtbankverslaggever was. Hier het relaas.

DEN HAAG – Hij ontsloeg zijn medewerker. Maar dat werd de magazijnchef uit Hillegom niet in dank afgenomen. Maandenlang werd hij bedreigd. Als op 26 maart van vorig jaar de medewerker hem weer intimideert, gaan de twee op de vuist. De magazijnchef wordt veroordeeld tot 1000 euro boete. De medewerker krijgt twee weken cel en 80 uur werkstraf. Maar de chef gaat in hoger beroep. Hij zou de klappen hebben gegeven uit zelfverdediging.

Het is een zware ochtend voor A.V. (41) uit Hillegom. In het kleine zaaltje van de rechtbank in Den Haag neemt hij plaats op het verdachtenbankje. Hij haalt diep adem. Zijn stem trilt. Achter hem zit zijn vrouw. Ze is geknakt en heeft hulp gezocht bij maatschappelijk werk.

Vandaag wil V. en zijn vrouw een jaar vol ellende afsluiten. De rechters moeten weten wat er volgens hem écht gebeurd is. De nachtmerrie begon vorig jaar na het ontslag van magazijnmedewerker G.C.. Die pikt het ontslag niet.

Maandenlang wordt V. bedreigd. Hij krijgt telefoontjes thuis en wordt een keer klemgereden op zijn fiets. Het gezin, V. en zijn vrouw hebben twee kinderen, voelt zich steeds meer belaagd. V. durft geen aangifte te doen. ,,Hij was net ontslagen en ik wilde geen olie op het vuur gooien.”

Op 26 maart komt de magazijnchef vlak bij zijn huis zijn oud-collega weer tegen. Die draait zijn autoraampje open en begint te schelden. ,,Kankerlijer, teringlijer, ik krijg je nog wel.”

V. zet zijn fiets rustig op de standaard, spreidt zijn handen en vraagt: ,,Wat wil je nou?” C. stapt de auto uit en loopt op V. af. Ze schelden over en weer en C. begint volgens V. te duwen. ,,Het is jouw schuld dat ik ontslagen ben, roept C. verbolgen. En: ,,Ik steek je huis in de fik.”

,,Waarom probeerde u niet naar huis te rennen?” vraagt de rechter.
,,Ik voelde me bedreigd. Hij had achter me aan kunnen rennen.”

Maar de magazijnchef wilde ook zijn gezin in bescherming nemen. Zijn vrouw en dochter waren thuis, wist hij. En was het niet zo dat C. zijn huis in brand wilde steken? De chef kan dus niet meer terug en deelt ook klappen uit.

C. krijgt een bloedneus en wordt overmeesterd. Maar als de chef op hem zit, komt de vriendin van oud-medewerker uit de auto en begint de chef met een autokrik te slaan. Als de chef zich naar haar toekeert, krijgt hij opnieuw een klap op zijn gezicht van C. Pas als buurtbewoners aan komen snellen, stopt het gevecht.

V. doet aangifte. Als C. dat weken later hoort, doet hij ook aangifte. C. beschuldigt V. van een kopstoot.

Maar de Officier van Justitie gelooft niet helemaal dat de kopstoot is uitgedeeld. De oud-magazijnmedewerker heeft dat overdreven, vermoedt hij. Hij vindt dat de Hillegommer al genoeg gestraft is door alles wat er gebeurd is. Toch wil hij hem bestraffen met een voorwaardelijke geldboete van 350 euro, omdat ‘mijnheer gewoon door had kunnen fietsen’.

Maar de advocaat van V. vindt een straf niet op zijn plaats. ,,Feitelijk wordt hij dan veroordeeld tot levenslang.” V. is namelijk actief lid van het korps nationale reserve van de landmacht. Een veroordeling zal zijn consequenties hebben voor deze functie, schat ze.

V. krijgt het laatste woord. Hij is even stil, en haalt dan nog een keer diep adem. ,,Die kopstoot, dat heb ik niet gedaan”, zegt hij dan. ,,Dat zou ik nooit doen. Ik ben geen kroegtijger. Bovendien zou ik veel te bang zijn dat ik mezelf zou beschadigen.”

De rechter doet over twee weken uitspraak.

14 mei 2007

Vakmanschap

A.L. Snijders schrijft op 15 november 2003:

Naarmate het gereedschap slijt,
groeit het vakmanschap.
Als het gereedschap geheel versleten is,
is het vakmanschap volkomen.
Volkomen vakmanschap heeft geen gereedschap meer nodig,
noch de behoefte om iets de maken.

11 mei 2007

Uitgelekt


- Hallo, met Henk.
- Hey.
- Hé, het is uitgelekt.
- Ja, ik weet het. Die Braber kon z'n bek niet houden.
- Dat is klote. Ik weet niet of ik nu nog ga betalen.
- Hoezo? Dat heb je beloofd. Ik zal hem zeggen dat hij tegen journalisten moet zeggen dat zijn woorden verdraaid zijn, en dat het een grap was.
- Oké. Maar ik heb toch geen zin om de lul te zijn. Straks weten ze dat ik betaal.
- Ach man, doe niet zo schijterig, niemand komt er achter. En bovendien: je gaat er niet de bak voor in hoor, het is niet strafbaar.
- Ja, maar mijn goede naam dan?
- Zeur niet. Wanneer kom je betalen?
Stilte.
- Hallo? Ik zei: hoe wil je betalen. Ik weet het al: kom vanavond even bij mij langs, neem die contanten mee, oké.
- Ik kom morgen wel.
- Kan niet, vanavond 10.00 uur bij mij.
- Oké dan.
- Volgens mij ben je nog gewoon pissig dat Ajax geen kampioen is geworden.
- Klopt! Ik betaal 80 ruggen voor Jan Lul. Kunnen we niet gewoon zeggen dat het een grap was tegen die spelers van Excelsior?
- No way, mijn zoon zou dat niet pikken, hij scoorde bovendien ook nog. En het was jóuw idee, vergeet dat niet. Tot morgen!

10 mei 2007

Opa's viool


Mijn opa heeft er nog op gespeeld, zei de vrouw. Ze had een kraampje op de vrijmarkt. De viool zag er goed uit, wel erg nieuw en nauwelijks een krasje. Gek, dacht ik nog. Mijn dochter speelde er een liedje op, het beviel haar, ze had al bijna een jaar les, op een huurviool. Deze zou van haar zijn. Ze lachte.

De prijs beviel mij: 75 euro. Niet slecht voor een viool. Dacht ik (maar wat weet ik er eigenlijk van, dacht ik later). Afdingen lukte ook, het werd 60. Betalen en wegwezen, daar kunnen we geen buil aan vallen. Bovendien: dochter dolgelukkig, heerlijk gezicht.

Thuis in de viool gekeken. Oeps, Chinese tekens. Goedkoop geval dus. Slik.
Een uur later, ik probeer het ding (zo noem ik hem inmiddels) te stemmen. Plok. Weg snaar. Grrrrrr.

De viooljuf zegt dat het geen goede viool is. 'Een nieuwe Chinese kost 100 euro. Een nieuwe snaar 30 euro.' Ze laat haar afkeuring merken. Thuis besluiten we dat hij weg moet. Voor 60 euro ofzo. Geluk duurt soms maar even, maar het voelde wel even lekker.

Een paar dagen later. Het zit me niet lekker. Die vrouw verkoopt ons een kutviool. En erger: ze liegt. Ze liegt. Ze liegt over haar opa. Kom op, ze was zelf al gepensioneerd, en ze zou een opa hebben die op deze viool gespeeld zou hebben, een viool die uit China komt en nauwelijks een krasje vertoont. Wat ben ik naïef. Die viool was vals, maar die vrouw nog veel erger. (Eigenlijk wil ik wijf zeggen in zo'n geval, maar ik ben een nette jongen.)

09 mei 2007

Prima vertraging gehad


Zelden zo'n geanimeerde treinreis gehad. En bijna had ik hem niet gehad. Ik had de trein van half vijf bijna laten lopen. Zó vol was ie. Op de valreep tijdens het fluitje erin gesprongen, zin in wachten had ik namelijk helemaal niet.

Daar zat ik dan op de trap. Samen met twee anderen, kont aan kont. De krant ging open, het was DAG, een nieuwe, dus vervelen hoefde ik me niet. Maar elke station groeide het publiek op het balkon aan.

Een veertiger met een wat agressieve blik riep bij het instappen tegen de conducteuren die buiten wachtten: 'Blijven jullie maar buiten, jullie hebben ervoor gezorgd dat het hier zo vol is.'

Maar de conducteurs schoven toch naar binnen. De een, met Amsterdam accent en een oude, verkleurde NS-pet op, begon te bellen met de machinist. Of er een trein bij kon worden gekoppeld op het volgende station, en of hij dat wilde regelen. De andere conducteur, een Turk, zat met zijn armen over elkaar - vier vingers onder de oksels, en de duimen nog aan de voorkant. Type de stille stoere.

'We kunnen er niets aan doen', verontschuldigde de Amsterdamse conducteur.
De agressieve man: 'Dit moeten die hoge heren van de NS zien. Maar die driedelige pakken zijn er natuurlijk niet. Dat zie je altijd', mopperde hij. Hij sneerde nog over hun hoge salarissen.
''s Ochtends zijn er treinen waar maar één iemand inzit', viel een vrouw hem bij. En verwijtend naar de NS: 'Wie dit inplant is niet goed bij zijn hoofd.'

Er ontspon een gesprek tussen een aantal dames en de Amsterdamse conducteur. Het werd zowaar gezellig.

Een dikke neger mengde zich in het gesprek. 'Kunnen we niet een dagje ruilen.' Hij bleek te werken op een schip, als stuurman. Hij wilde ook wel conducteur zijn, lekker zitten in de trein. Maar hij vergiste zich, vond de Amsterdammer. 'Ik ben van de controledienst, ik heb vandaag twee aanhoudingen gehad, dan ben je wel even bezig hoor.' De neger lachte. Het gesprek ging nu over het eten op de schip. Daar wordt goed gegeten, dacht de Amsterdammer. Een oudere vrouw die naast de neger stond keek naar zijn buik en knikte.

De trein stopte. De Turk ging naar huis. 'Hé, ik zie je', zei de Amsterdammer. De reizigers verspreidden zich over het station en de trein.

Werkende mensen kunnen best gezellig zijn. Als het moet.

14 februari 2007

Homo economicus telefonicus


Het zal u vast wel opgevallen zijn: bellende lopers. Of lopende bellers. Multitaskers. Klinkt raar, maar het is een economisch verschijnsel. Bij economie draait het namelijk om schaarste van goederen, en het maximaliseren van het nut door waarbij je zo min mogelijk middelen gebruikt. Dat is de theorie.

Nu de praktijk. Tijd is schaars. We hebben er te weinig van, er vallen immers zoveel dingen te doen, leuke mag ik hopen. Loze momenten - zoals lopen - kosten tijd. Daarom kun je die tijd beter nuttig besteden. Door te bellen dus. De homo economicus telefonicus. Zoiets.

12 februari 2007

Zuiver water


Ik kom aan bij mijn werk. Er staat een file in de straat, een vrachtwagen houdt de boel op. De chauffeur loopt met twee grote, plastic flessen water onder beide armen een woning binnen. Zuiver bronwater, van Viteau, lees ik op het etiquette. Binnen zitten mensen die gezond willen zijn. Onderwijl kruipt de CO2 van de wachtende auto's langs de voorgevel omhoog.

11 februari 2007

Koopje zonder kinderarbeid


Mijn vrouw was verheugd. Ze had een truitje gekocht voor de kinderen. In de uitverkoop, 10 euro. 'Dat is van de merk van Bono', zei ze. Ze legde uit dat er geen kinderarbeid aan te pas kwam. En dat er biologisch katoen gebruikt werd. Prachtig, dacht ik. Maar hoe kan het dan dat een truitje maar 10 euro kost? Daar moet toch íemand voor krom liggen?

10 februari 2007

Oude internetbellers


Raar, vreemd en onwerkelijk. Mijn ouders hebben een halfjaar geleden hun oude KPN-telefoonlijn de deur uit gedaan, ADSL aangeschaft en een laptop gekocht. Niets geks zult u zeggen. Wel gek, zeg ik. Ze zijn beide rond de zeventig. Mijn vader raakt nog niet eens een computer aan, hoewel hij ooit eens met een oude maat van hem een computercursus heeft gevolgd. Moeder internetbankiert, dat gaat nog net.

De oude telefoonlijn is weg, de nieuwe is er voor in de plaats gekomen. Niet echt een goede vervanger weten ze inmiddels. Mijn moeder fiets geregeld langs (we wonen een paar kilometer van haar vandaan - dat geluk heeft ze) met de wanhopige vraag waarom haar telefoon het alweer niet doet. Ze heeft nu KPN Internetplusbellen of zoiets, dat schijnt landelijk geregeld uit te vallen. Of ik wil komen helpen.

Die oude mensen, zonder betrouwbare telefoon. Een mobiel hebben ze ook niet. 'Ik heb het mijn hele leven zonder gedaan, dus waarom zou ik nu', zegt mijn moeder eigenwijs als ik haar probeer te overtuigen van het nut bereikbaar te zijn.

Mijn vader wordt al een dagje ouder, vorig jaar lag hij plotseling bewusteloos op de grond in huis. Hij is zelf weer opgestaan, midden in de gang lag hij. Geen idee had hij wat er gebeurd was. Ernstig. En dan te bedenken dat de techniek niet garant staat. Nog ernstiger zou ik willen uitroepen. Ben bang dat dat niets zal uithalen.